Adviesbureau Hoppenbrouwers
Bergen op Zoom
Ik had in het artikel over Zevenbergen al eens
geschreven dat ik daar was begonnen met werken. Doch kon ik in februari 1960 in
Bergen op Zoom als leerling-tekenaar aan de slag. Ik kwam daar te werken op een
klein ingenieursbureau. Dat was in de Moeregrebstraat
14. De eigenaar was de heer J. Hoppenbrouwers en had op de bovenverdieping van
zijn huis in een achterkamer een tekenruimte gecreëerd. Er stonden naast 2
tekentafels ook een bureau in, alwaar de heer Hoppenbrouwers, als hij niet op
pad was, zijn constructieberekeningen maakte en uiteraard ook wel eens mensen
ontving, die met het werk te maken hadden. Ik moest dus steeds via de
privé-voordeur naar binnen en naar buiten. Naast zijn vrouw had hij ook
nog 4 kinderen: 3 jongens en een meisje. De oudste was toen ongeveer 12 jaar en
de jongste, Corné, een manneke van net 3. Ik weet ook nog dat zijn
dochter Paulien heette. De namen van de twee andere jongens ben ik vergeten.
Het was ook de tijd dat Radio Veronica net in de lucht was. Dat was best wel
een bijzondere zender. De hele dag werd daar populaire muziek opgedraaid en dat
bracht daardoor toch wel een gezellig sfeertje met zich mee. Zoals gezegd was
dit bureau 'n eenmansbedrijf. De heer Hoppenbrouwers was de constructeur en ik
werd de tekenaar. Ik heb hier het tekenvak geleerd
('n hele fijne tijd was het). De werkzaamheden bestonden voornamelijk uit het
tekenen van funderingen voor woningen en holle baksteenvloeren. Deze holle
bakstenen werden gefabriceerd bij de steenfabriek van "De Leeuw" uit
Halsteren. De heer Hoppenbrouwers werkte ook veel samen met architect
Hendrickx. Enkele broers van de heer Hoppenbrouwers hadden een aannemersbedrijf
daar in de buurt. Soms kwam een overbuurman wel eens bij het tekenwerk
assisteren.
Ook weet ik nog goed te herinneren dat daar
regelmatig de heer Voesenek uit het Heuvelkwartier te
Breda, de vader van Guus Voesenek, langskwam als
vertegenwoordiger van de firma Ahrend. De firma Ahrend was een leverancier van
kantoorbenodigdheden. Het was tevens het eerste adres waarbij ik gebruik maakte
van de trein. Ik weet ook nog dat ik bij hem 20 gulden schoon per week
verdiende. Het was bovendien nog de tijd dat de meeste mensen hier in Nederland
het ook nog niet al te breed hadden. Dus die 20 gulden die ik daar verdiende
was een welkome aanvulling in de portemonnee van mijn moeder. Immers, ik had
ook nog 5 jongere broers en die moesten natuurlijk ook allemaal gevoed worden.
Maar geen nood. Voor mij was het werk het voornaamste. Ik deed het graag en het
geld vond ik persoonlijk maar bijzaak. Bovendien kon ik op deze manier mooi het
vak als tekenaar leren. Op de zolderverdieping stond een lichtdrukmachine die op
ammoniak werkte. Ook was hier het archief opgeslagen. Vaak stond het raam open
voor de nodige ventilatie. Op een bepaalde dag toen ik op de zolder moest zijn
en toevallig even door het raam naar buiten keek, zag ik plotseling zijn
jongste zoon Corné 'n paar meter verderop in de dakgoot zitten. Hij was
via een stoel daarin gekropen. Gelukkig bleef ik rustig en loodste hem
voorzichtig mijn kant uit. Toen ik hem te pakken had viel er een enorme last
van mij af, maar tevens brak ook het zweet los. Tot op de dag van vandaag komt
deze nare herinnering nog bovendrijven.
De heer Hoppenbrouwers is jaren geleden al
overleden. Ik meen te herinneren dat zijn zoon later een architectenbureau is
begonnen. Ik heb hier ongeveer 8 maanden gewerkt. Toch was het een tijd dat de
salarissen van de meesten snel omhoog gingen en werd ik toch wel genoodzaakt om
naar iets anders uit te kijken. Het loon ging toen ook bij mij een voornamere
rol spelen. Ik werd tenslotte ook al weer wat ouder en kon het geld toen zeker
wel goed gebruiken. Daarom ben ik toen ben bij de BAM in Den Haag gaan werken
en het salaris wat ik toen daar ging verdienen was toen al 2,5 maal zoveel als
in Bergen op Zoom. Logisch natuurlijk dat ik daar voor koos. Doch denk ik nog
met veel genoegen terug aan die tijd in Bergen op Zoom.
Kees Wittenbols.
Mei 2007
Ga naar: BAM - termijn
1 - Den Haag