Gelukkig wisten onze voorouders ook wat geluk was!
Vrolijk leven.
Waer is myn
citer toe bereit?
Wat klanken wil ze geven?
Wat zing ik, daer een ander schreit;
De vrolyke
blygeestigheit
Is ’t leven van het leven.
Wat laet
zich ’t volk door ydlen schrik
En mymerrende
zorgen benknellen?
Vrienden, doet als ik;
Gebruikt toch ’s levens oogenblik
Zoo lang de doot wil borgen.

Hubert
Korneliszoon Poot (1689-1733)