Gastarbeid: Een
politieke leugen!
De
‘gastarbeid’ heeft in Nederland aanzienlijke gevolgen gehad voor de toekomst
van Nederland in het algemeen en beleidsbepalingen in het bijzonder. Heden ten
dage draait de politieke discussie overuren, met name omtrent de Islamitische
gemeenschap in Nederland. Na de oorlog verkeerde Nederland in diepe armoede en
500.000 burgers vertrokken richting andere westerse landen, zoals Canada en
Australië. Het grote gat wat dit achterliet moest gedicht worden, wat in de
jaren ‘50 gebeurde door gastarbeiders uit andere Europese landen te trekken.
Midden jaren
zestig begon de staat ook in Marokko en Turkije ‘gastarbeiders’ te ronselen.
Nederland wierf alleen laaggeschoolden, de sociale onderklasse, omdat alleen
dit soort arbeiders nodig waren, zij deden hun werk en vroegen weinig salaris.
De bedrijven wierven eerst hun arbeiders uit het buitenland, tot de overheid
een wervingscontract sloot met een aantal landen. Arbeiderscontracten werden
voor hooguit een paar jaar geleverd en na het gedane werk moesten de arbeiders
officieel terugkeren. Arbeiders werden geboden hun oude gebruiken en cultuur te
behouden, zodat de gang naar thuisland een stuk makkelijker zou zijn.
De eerste
vrouwelijke minister Marga Klompé waarschuwde er toen al voor dat de tijdelijke
migratie dreigde over te lopen in permanente migratie. Het volk werd toen nog
voorgehouden dat het inderdaad tijdelijke migratie was, maar de afspraken met
de landen van herkomst omvatte zelfs de gang van gezin en huwelijkskandidaat
naar Nederland, met alle gevolgen van dien. Pas in 1973 werd er een stop op
arbeidsmigratie gezet en de overheid deed niets om deze mensen te integreren,
of in ieder geval de Nederlandse taal, waarden, normen en wetten aan te leren.
In 1975 gaf men illegalen de kans zich in te schrijven bij de staat, wat een
‘generaal pardon’ voor 15.000 illegalen opleverde.
Ook kwamen
er veel mensen af op de absurd hoge uitkeringen die men hier kon genieten. Met
name uit Suriname kwamen midden jaren zestig veel ‘werkzoekenden’ af op het gratis
‘loon.’ Er werd een spreidingsbeleid afgegeven voor Surinamers, omdat die na de
onafhankelijkheid in 1975 met ‘bossen’ tegelijk Nederland binnenkwamen. Gek
genoeg is er van zo’n spreidingsbeleid voor de Arabische ‘gastarbeiders’ nooit
sprake geweest. Bovendien komen er ca. 10.000 mensen op jaarbasis Nederland
binnen in het kader van gezinshereniging, wat in de 21ste eeuw uitgroeit tot ca
20.000. Een veel gehoord argument is dat de arbeiders alle vuile klussen van
Nederlanders op moesten knappen, terwijl niets minder waar is. Uit een tabel
blijkt dat in de jaren ‘50 - de eerste kleinschalige stroom arbeiders - vrijwel
alle banen bezet waren en het aantal werkelozen op een historisch laag punt
stond. Deze tabel geeft weer aan dat er in de jaren ‘50 gemiddeld 50.000
migranten op jaarbasis bijkomen en dat het aantal beschikbare banen rond de
350.000 lag, reden genoeg voor arbeidsmigratie dus.
Toch zien we
dat eind jaren zestig, begin jaren zeventig de migratie aantrekt, terwijl
tegelijkertijd een opleving in de economie is te zien, afgeleid van het aantal
beschikbare arbeidsplaatsen. Tegelijkertijd zien we begin jaren zeventig dat de
werkeloosheid opleeft en een dieptepunt bereikt in 1975, als er veel Surinamers
Nederland binnenkomen in verband met de onafhankelijkheid van Suriname.
Tegelijkertijd is ook te zien dat het verschil tussen de beschikbare vacatures
en het aantal werkenden flink groter aan het worden is: van 400.000 in 1962
naar 600.000 in 1972. In de jaren ‘70 stijgt ook de werkeloosheid steeds verder,
van 25.000 in 1961 naar 62.000 in 1971, wat vier jaar later al 195.000
werkelozen is. We zien dus dat na de aantrekking van arbeidsmigranten velen
stoppen met werken, om waarschijnlijk een uitkering - wat toentertijd erg
makkelijk te verkrijgen was - te gaan trekken. Weer tien jaar later in 1985
stijgt het aantal werkelozen naar de ongekende hoogte van 511.000.
Hieruit
kunnen we opmaken dat veel migranten die zich hier hebben gevestigd, het
verzorgingssysteem in de smiezen kregen en daar hun voordeel uithaalden. Na de
bekendmaking van de multiculturele samenleving in de jaren ‘70 is echt goed te
zien dat de werkeloosheid van 1971 op 1972 met 46.000 hoger wordt en hierna zal
de werkeloosheid bijna aaneensluitend groeien. Dat dit ook veel Nederlanders zijn
valt te betwijfelen. De eerste wet die het recht gaf op een uitkering dateert
van 1949 en in de decennia welke daarop volgt zijn geen buitensporige gevolgen
te zien, met betrekking op het aantal werklozen. De werkeloosheid zakte begin
jaren ‘50 zelfs van hoogtepunt 103.000 in 1952 naar 21.000 in 1962, wat
aangeeft dat er weinig Nederlanders gebruikmaakten van de regeling.
Ook officiële cijfers
geven anders aan:
Na de eerste
stromen migranten wordt ineens het aantal kinderbijslaggerechtigden bijna
verdubbeld, komen er honderdduizend arbeidsongeschikten bij en het aantal
WW-ers stijgt licht. Of dat ook bij hen terug te brengen is licht in het
midden, het blaast in ieder geval de geruchten van misbruik van de verzorgingsstaat
een geheel nieuw leven in. Let vooral ook op het buitensporige gebruik van de
bijstand na de invoering ervan en het aantal arbeidsongeschikten die met rap
tempo oprukken naar ongekend hoge aantallen.
Heeft die migratie dan
wel nut gehad?
In de
periode dat de werkeloosheid aantrekt, trekt ook de economie aan en komen er steeds
meer arbeidsplaatsen bij. Daar tegenover stijgt het aantal werkelozen naar
ongekende hoogte en komen steeds meer ongeschoolde, ongeletterde migranten naar
Nederland op basis van gezinshereniging of uithuwelijking. Ondanks de migratie
vormt bovendien zich een steeds groter gat tussen het aantal beschikbare
vacatures en het aantal bezette arbeidsplaatsen. Het gat in 1980 is al vele
malen groter dan in het begin van de grote volksverhuizing, wat toch reden van
bedenking geeft of het allemaal wel nut heeft gehad. Ook worden door de
migratie de sociale voorzieningen flink overbelast, wat voor iedereen
schadelijke economische gevolgen heeft.
Zoals u
leest hebben de problematieken van de multiculturele samenleving niks te maken
met u of uw voorouders die te lui waren om te werken, maar om de laksheid van
de overheid op te treden tegen illegalen en migranten die niet naar huis wilden
vertrekken. Deze mensen lieten ze toe in de oude volkswijken die langzaam maar
zeker veranderden in moslimenclaves, voorzien van alle Arabisch/islamitische
gemakken: Islamitische scholen, kerken en buurthuizen, koffiehuizen, Arabische
winkels en veel door de overheid gesubsidieerde instituten voor de Islam. Na de
scheiding van kerk en staat heeft de overheid die scheiding dus eigenlijk
gebroken, door deze instellingen te financieren voor migranten, die hier in de
eerste plaats niet hoorden te zijn. Ook heeft de overheid nagelaten deze
migranten terug te sturen of het Nederlandse leven aan te leren. In plaats
daarvan laten ze hen hun eigen gemeenschappen creëren, waarin alle ruimte is
voor de sharia en waar niemand Nederlands hoeft te spreken, omdat alle
dagelijkse voorzieningen bezet worden door Arabisch sprekende uitbaters.
Het gevolg
ziet u vandaag: een toenemende islamisering, een toenemende grip van de Islam
op de politiek en teveel inspraak van buitenlandse segmenten in de Nederlandse
politiek. Laat u in ieder geval nooit meer vertellen dat U de oorzaak bent van
de Islamitische epidemie in Nederland!
Toby
Kruisspin.
Een bijdrage
van Redactie: Breda-en-alles-daaromheen.
23 oktober
2007