Huis van stenen, in die stenen huizenrij.
![]()
Al mijn gedachten ken jij.
Al mijn schreeuwen heb jij gehoord.
Al mijn wensen zijn bij jou bekend.
Al mijn pijn is tot je doorgedrongen.
Al mijn vreugdekreten zijn tot je gekomen.
Al mijn dromen van goed tot kwaad heb je
vernomen.
Al de stenen van het huis waren een onderdeel
van mijn thuis.
Al die andere huizen hoorden ook bij mij.
Al die scholen waren nodig.
Al die kerken hebben me mede gevormd.
Al die winkels die er waren.
Al die andere zaken, ik kon niet zonder.
Al dat samen, maakt een Plaats, maar zonder
mensen is het dood.
Het zijn de mensen die je leerde.
Het zijn de mensen die je vormde.
Het zijn de mensen die je lief had.
Het zijn de mensen die je haatte.
Stenen zijn van zand.
Huizen, kerken, scholen, winkels zijn van zand.
Straten, pleinen en steden zijn zelfs van zand.
Maar mensen zijn meer dan zand!
In de mens zit méér door God gelegd.
Daarom zien wij ooit, elkander állemaal weer
terug.
Het zal de grootste en mooiste renovatie der
eeuwen zijn.
Het ‘al’ zal nieuw worden en de nostalgie zal
voorgoed voorbij zijn.
Silvia Videler.