ACE - Capelle aan de IJssel*
In een vorig deel had ik vermeld dat ik niet meer
op de naam kon komen van het bedrijf, alwaar ik na Molenbroek werd uitgezonden.
Maar naar alle waarschijnlijkheid heette dit ingenieursbureau: A.C.E. Het was
volgens mij toen een afdeling van een redelijk groot ingenieursbureau, ook daar
ter plaatse. Doch, ik kwam op de afdeling beton- en staalconstructies te
zitten. Later schoot me ook nog te binnen dat het kantorenpark Rivium heette.
Dat kantorenpark was toen ongeveer voor de helft volgebouwd. Ik weet ook nog
dat ik in metrostation Capelle moest uitstappen. In die tijd was er nog geen
officiële busverbinding naar dit kantorenpark, maar ze lieten zowel
’s morgens als ’s avonds gratis bussen rijden vanaf het
metrostation en weer terug. Het viel me toen ook op dat het metrostation
Capelle een enorm druk station was. Heel veel mensen uit de omgeving van
Rotterdam lieten zich per bus vervoeren naar dit metrostation, om daarna met de
metro naar Rotterdam centrum te gaan. Voor velen was dit een prachtige
uitkomst. Er was daar ook een heel groot parkeerterrein aanwezig waar je de
auto kon neerzetten.
Ik moet zeggen dat dit een heel vreemd bedrijf was.
Het is bijna niet te omschrijven, maar ik ga het toch proberen. Ze hadden de
helft van een verdieping van een splinternieuw gebouw tot hun beschikking. Heel
modern, dus het was er in principe best wel aangenaam om er te verblijven. Er
was daar een soortement van directeur aangesteld, overigens best wel een
aardige persoonlijkheid, maar deze bemoeide zich nergens mee. Er waren ook 2
constructeurs daar aanwezig, maar die zag je ook weinig of niet en de groep
tekenaars, leek wel een of andere ‘losgeslagen bende.’ Hoewel er
zeker wel aardige opdrachten waren, leek het wel of een ieder niet serieus
bezig was. Ene Cees Thijsen, ook een uitzendkracht, was daar uitermate verbaal
aanwezig en ik kon geen hoogte krijgen wat hij daar nou precies allemaal deed.
Overigens best een geschikte vent. Hij was een paar jaar jonger als ik en
tussen de middag gingen wij samen altijd een ‘luchtje scheppen.’
Hij reed ook op een of andere ‘gammele’ motorfiets. Later ging hij
daar in vaste dienst. Het was voor mij ook het allereerste bedrijf waar niet
gerookt mocht worden. Dat rookverbod was nog maar net ingesteld. Een van de
tekenaars daar, notabene een allochtoon, had bezwaar gemaakt en toen werd
gelijk het verbod ingesteld. Doch de rokers mochten bij enige regelmaat tussendoor
bij een van de constructeurs een sigaretje opsteken. Daar werd flink gebruik
van gemaakt, want de meeste tekenaars waren tevens rokers. Het vervelende aan
deze situatie vond ik nog dat die allochtone persoonlijkheid daar steeds op
terugkwam en met een grijnzende blik regelmatig zei: “zo, dat ik heb ik
toch maar lekker voor elkaar gekregen.” Iedereen kon hem wel
‘schieten.’ Ik ook wel eigenlijk. Nu het werk:
Ik mocht plaatsnemen achter een computer die van
geen kanten werkte. De geschiedenis herhaalde zich weer. Dat was dan heel
spijtig voor mij. Ze hadden geen andere wisten ze mij te vertellen. Regelmatig
probeerde iemand dat ‘kreng’ aan het ‘praten’ te
krijgen, maar steeds vergeefs. Toch was er iemand die hem zomaar plotseling
voor de helft aan de gang wist te krijgen. Ik was het natuurlijk allang zat om
weer met die problemen te maken te krijgen en eiste een andere computer, anders
zou ik mijn spullen bij elkaar zoeken en vertrekken, wat ook de gevolgen
hiervan zouden zijn. Binnen 10 minuten stond er een ‘bijna’ echt
werkend apparaat op mijn tafel. Je houdt het toch niet voor mogelijk dat zulke
dingen gebeuren!
Ook hier werd met het technocadsysteem gewerkt.
Maar uiteraard ook weer anders ingesteld, met specifieke eigen commando’s
die door dit bureau daarop waren geïnstalleerd. Dus dat werd weer flink
zweten. Tegen de tijd dat ze me niet meer nodig hadden kon ik er redelijk mee
werken. De hele periode heeft toch nog wel zo’n 3 maanden geduurd. Gezien
de eerste twee werkplekken had ik dus een nieuw ‘verblijfsrecord’
gevestigd. Dus, er was wat vooruitgang in de ontwikkeling der dingen. Naast mij
zat een echte Feijenoordsupporter. Hij had de hele dag maar twee onderwerpen.
Dat waren dingen over zijn werk, waar hij mee bezig was en de rest ging over
Feijenoord. Dat niet alleen, maar hij had ook nog eens ‘n
‘Hooliganuiterlijk.’ Daar kon hij natuurlijk niks aan doen. Dat was
slechts de schuld van een of van beide ouders. Het was niet echt mijn favoriete
collega, want hij had al eens tussendoor botweg gezegd dat ik heel traag
werkte. Maar hij had natuurlijk geen ‘wetenschap’ dat ik voor de
zoveelste keer achter een ‘klote-apparaat’ zat. Ook hier was het
voor mij duidelijk dat een uitzendkracht min of meer als een noodzakelijk kwaad
werd gezien. Ook was het fijn te vernemen dat op een bepaald moment het
contract werd beëindigd en ik weer ergens anders naar toe kon gaan.
Ik had tevens de hoop dat het nu eindelijk allemaal
eens ging veranderen en ergens kwam te werken waar ik het ’n beetje naar
mijn zin kon hebben. Nou, dat gebeurde min of meer. Hoewel ik in het begin
dacht dat de geschiedenis zich weer ging herhalen. Het werd beter, omdat ik
onder andere het technocadsysteem intussen toch al wel aardig onder de knie
ging krijgen. Ja, dan worden allerlei situaties toch wel ineens anders. Mijn
volgende werkplek werd Ingenieursbureau C. van Ruitenburg te Rotterdam. Deze
was gevestigd in het Groothandelsgebouw, ergens op de bovenste verdieping. De
‘avonturen’ bij dit bureau leest u binnenkort. Ja, avonturen!
Alleen over dit bedrijf al, zou ik ’n heel boek kunnen schrijven. Ik heb
hier in twee fasen gewerkt en bij elkaar toch wel zo’n 3 jaar!
Kees Wittenbols.
Mei 2007
Ga naar: Ingenieursbureau
Van Ruitenburg - termijn 1 – Rotterdam*