Ingenieursbureau Van Ruitenburg
termijn 1 - Rotterdam*
Dit bureau was gevestigd in het Groothandelsgebouw in
Rotterdam. Eerst ging hier een sollicitatie aan vooraf. Het hoofdkantoor van
het uitzendbureau Intertechniek was destijds
gevestigd aan de Westersingel in Rotterdam. Dat was niet zover uit de buurt en
samen met een accountmanager van het uitzendbureau gingen wij daar samen te
voet naar toe. Bureau van Ruitenburg zat op de bovenste verdieping van dit toch
wel heel grote gebouw. We werden ontvangen op zijn kamer, waarvan mij opviel
dat het er erg rommelig was. Zijn bureautafel lag bezaaid met stapels papieren
en de open kasten die hier instonden puilden uit van de rotzooi, ook in de vorm
van allerlei papieren. Kees van Ruitenburg (zo ga ik hem verder noemen, want
iedereen noemde hem bij zijn voornaam) leek mij een man van ‘recht voor
zijn raap.’ Hij vertelde dat er zeer hard en snel werd gewerkt op zijn
bureau en eiste dat elke werknemer zich aan zijn wensen hieromtrent diende te
houden. Zo niet, dan was het heel snel ‘gezien’ voor hem. Hij
vertelde ook dat wanneer de kisttekeningen, die door de autocadtekenaars waren
gemaakt, daarna heel snel door zeer geroutineerde tekenaars voorzien werden van
wapening. Wapeningstekeningen werden daar nog handmatig uitgewerkt. Dat leek
voor mij een echte uitdaging, want daar kon ik me wel in vinden. Mijn
instelling was ook van gelijke strekking. Daar wond ik geen doekjes om en
vertelde dat ook aan hem. Dat vond hij een prachtige overeenkomst en kon daarom
ook de volgende dag aan de slag.
Het was op de bovenste verdieping van het
Groothandelsgebouw, welke ooit dienst had gedaan als restaurant, dacht ik. Aan
de andere kant van het gebouw was ook zo’n ruimte, met een precies
dezelfde indeling. Die deed toen wel dienst als een of andere kantine van een
firma die aan die kant zat. Je kon als het ware zo wat bij elkaar naar binnen
kijken. De inrichting van onze tekenzaal was heel sober te noemen. Het was
allemaal ouwe troep wat de klok sloeg. Zelfs de computers waar op werd gewerkt
waren duidelijk van een oudere soort. Doch deze werkten toch wel min of meer
perfect. Ook stond er in deze zaal een penplotter, die zowat de hele dag
draaide. Het was een zeer vernuftig apparaat, welke uiteraard enige tijd later
werd vervangen door een moderner en ook wel effectiever soort. Op het moment
dat ik daar kwam waren er zo’n 10 personen aanwezig, waarvan sommigen er
al jaren werkten. Ze hadden ook de gewoonte om zeer nauwlettend de
verrichtingen van een nieuwe tekenaar te volgen. Was je een beetje stuntelig of
een niet al te beste autocadtekenaar, werd je niet zomaar in hun groepje
opgenomen, tenzij je je min of meer aan hun nukken aanpaste. Nou, dat laatste
heb ik voor alle zekerheid maar gedaan. Het was min of meer een kwestie van
goed toneel kunnen spelen, maar dat kon ik wel aardig. Ik werd dus snel in het
groepje opgenomen en toen was de weg vrij voor mij, voor een toch wel verdere
vruchtbare samenwerking. Het klinkt eigenlijk toch wel ongelooflijk, maar zo
was de mentaliteit op wel meer van die bureaus. Het deed me ook wel aan mijn
militaire diensttijd terugdenken.
Er werd hier ook met het technocadsysteem
getekend en inmiddels had ik dat redelijk onder de knie gekregen. Weliswaar was
ik bij mijn vorige werkplekken hier door schade en schande wijs geworden, maar
nu zou het toch wel zijn vruchten gaan afwerpen. Eindelijk dus. Er waren daar
twee personen aanwezig die ik al eerder was tegengekomen bij vroegere
werkgevers. Dat was in de eerste plaats: Rob Henstra, uit mijn tijd bij
Aannemingsmaatschap Joost G. Mak, zowat 30 jaar terug en die ik ook al bij
Bureau Zonneveld voor de tweede keer had ontmoet. Dus nu al voor de derde keer.
Die was ook nog steeds gewoon handmatig tekenaar en een van de personen die
alleen nog maar op een zeer snelle wijze wapeningstekeningen maakte en op de
tweede plaats Henry …… (helaas kan ik niet op zijn achternaam komen,
maar woonde in Dordrecht, was Indonesiër van afkomst en ook nog eens een
aardige persoonlijkheid). Hij werkte daar als constructeur. Hem kende ik ook
nog van Bureau Zonneveld. Hij had wel een heel eigenaardige manier van werken.
Tijdens het werk zat hij altijd hardop te praten. Je kon als het ware precies
volgen wat hij aan het doen was. Toch wel leuk, vond ik. Bovendien verstond hij
zijn vak heel goed en het was zeker heel prettig met hem samen te werken. Maar
tsjonge jonge, wat moest er daar flink ‘aangepoot’ worden. Het
meeste werk waar nog mee moest worden begonnen had eigenlijk al klaar moeten
zijn. Jachten en jagen was daar zeker wel ‘troef’ te noemen en
bijna iedere avond overwerken was een normaal verschijnsel. Doch, het werk was
een ‘kolfje naar mijn hand’ en dat overwerken vond ik dan ook niet
zo’n groot probleem. Bovendien leverde dat beslist wel enige extra
centjes op natuurlijk. Want uiteindelijk draait toch alles om geld, nietwaar?
Bovendien zaten we ook nog eens vlakbij het Centraal Station, dus je zat zo in
de trein. Je moest je wel door groepen junkies heen worstelen, maar dat liep
steeds goed af.
Nu even wat opvallende situaties die zich daar
afspeelden met betrekking tot mijn collega’s. Naast mij was een
autocadtekenaar bezig, waarvan me de achternaam is ontschoten. Hij heette Kees.
Hij was iets jonger dan ik. Hij werkte heel zelfstandig en ik kon geen hoogte
krijgen, wat hij nou eigenlijk allemaal aan het doen was. Ik keek wel eens
terloops naar het resultaat van zijn verrichtingen, maar ik snapte niet waar
hij mee bezig was. Hij was in ieder geval met een ingewikkelde constructie
bezig van een of ander gebouw. Het was in ieder geval zo, toen ik aan mijn
tweede termijn bij van Ruitenburg begon, was hij er niet meer. Wat bleek: deze
persoon bleek ’n een of ander syndroom te hebben. De naam daarvan weet ik
niet meer, maar het kwam er op neer dat hij regelmatig achter de computer in
slaap viel. Je zou het ook een absence kunnen noemen, waarbij je op geregelde
tijden onbewust totaal de kluts kwijt bent. Daar kwam Cees van Ruitenburg
zomaar ineens ’n keer achter, toen hij hem wilde aanspreken en geen
antwoord van hem kreeg. Hij werd toen onmiddellijk naar huis gestuurd met de
opdracht zich ziek te melden. Bij het GAK kwamen ze er toen achter dat hij een
syndroom had en kwam toen terstond in de WAO terecht. Ik heb toen zijn werk
overgenomen. Alles, maar dan ook alles heb ik toen opnieuw moeten maken, want
er deugde niks, van al dat werk van hem, waar hij toch wel geruime tijd aan
bezig was geweest. Het viel me wel op hoe het toch kwam dat men dit niet eerder
bij hem ontdekt had. Ze hebben hem veel te lang aan laten
‘modderen.’ Het fenomeen van dat syndroom is me verder altijd een
raadsel gebleven. Maar duidelijk was wel dat hier gold: ‘de ene zijn
dood, de ander zijn brood.’ Ik was min of meer verzekerd van een wat
langduriger verblijf bij dit bureau.
Maar de absolute ‘klok’ sloeg toch wel
een uitzendkracht van een andere organisatie, die bij van Ruitenburg op een
bepaald moment zich aandiende. Ook zijn naam ben ik kwijt, maar ik had hem ook
al ’n keer meegemaakt bij Bureau Zonneveld. Bij dit bureau zat hij op een
andere afdeling, dus ik wist niets van zijn capaciteiten. Wel wist ik dat hij
om het minste en geringste altijd hardop stond te lachen. Ik ging er daar
altijd vanuit dat het gewoon een vrolijke boel was op die afdeling. Doch, dit
was niet zo. Hij lachte namelijk al om het kleinste ding en dan zo, dat je dat
door het hele kantoor kon horen. Het verblijf bij Bureau Zonneveld was dan ook
niet van te lange duur. De echte reden wist ik niet, maar ik kon dat een tijd
later wel verklaren. Ik weet nog wel dat hij uit Den Haag kwam en een jaar of
37 was. Plots kwam hij op een goede morgen bij van Ruitenburg opdagen als
autocadtekenaar. Ik dacht nog van: zo, dat heeft ie snel geleerd! Na een zin
van een collega tegen hem stond hij weer te schaterlachen. Ja en dan zo, dat ik
daar weer om moest lachen. Maar het lachen verging hem toch wel snel. Hij moest
achter een computer plaatsnemen en kreeg de opdracht met een werk te beginnen.
Binnen ’n uur viel hij al door de ‘mand.’ Er stond nog niet
een lijn op het scherm. Maar hij vroeg ook niks aan ons voor hulp. Eigenhandig
heb ik nog geprobeerd een en ander uit te leggen, maar hij begreep er geen
‘barst’ van. Toen kwam de situatie weer in mijn herinnering dat ik
in het begin dergelijke problemen ook had ondervonden. Maar hij was kennelijk
toch minder onderlegd als ik toen en begreep al snel dat hij zich via een
sollicitatie bij Cees van Ruitenburg zich verkocht had als zijnde een
geroutineerde autocadtekenaar, terwijl dat in werkelijkheid helemaal niet zo
was. Hij snapte er werkelijk de ‘ballen’ niet van. Toch heeft hij
nog ’n hele week zitten ‘modderen.’ Hij presteerde het zelfs
om op een avond niet naar huis te gaan en verbleef toen de hele nacht op de
tekenkamer, zonder dat iemand van ons dat in de gaten had. Wél een
portier of nachtwaker van het Groothandelsgebouw. Die zag nog licht branden en
ging eens poolshoogte nemen. Hij vertelde tegen deze nachtwaker dat hij met een
belangrijke klus bezig was, die vroeg in de ochtend gereed diende te zijn. Zijn
bedoeling was natuurlijk wel goed te noemen. Hij probeerde in die nacht, door
instructieboeken te raadplegen, een en ander toch nog snel wat te leren, om de
volgende dag wat resultaat daardoor te kunnen krijgen. Maar helaas voor hem. De
eerste collega die de zaal betrad zag hem op de grond liggen slapen en toen was
de ‘boot’ natuurlijk aan en kon hij z’n spullen pakken en
vertrekken. Tot zover dit deel. Er kwam snel een moment dat mijn werk af was.
Dat niet alleen, maar ook de bouwwereld had het moeilijk en moest ik daar ook
weer weg. Toch had ik weer vrij snel een nieuwe werkplek. Dat werd
Ingenieursbureau Damen. Dit bureau was gevestigd aan de Koninginnegracht in Den
Haag. Een vervolg van Bureau van Ruitenburg zal spoedig volgen met nieuwe
avonturen.
Kees Wittenbols.
Mei 2007
Ga naar: Ingenieursbureau
Damen - Den Haag*